Margriet

‘Mijn opa, mijn opa, mijn opa. In heel Europa was er niemand zo als hij.’ Daar had Annie M.G. Schmidt een punt, maar voor mijn oma geldt eigenlijk precies hetzelfde. En zij is er nog. Goddank. Ze heet Margriet. Zoals de bloem. En het tijdschrift. Dat tijdschrift had ze overigens niet. Ze was geabonneerd op de Libelle. Als kind vond ik dat heel gek. Maar met het wekelijkse vooruitzicht op de strip van Jan, Jans en de kinderen hoorde je mij niet klagen. Die stond namelijk in de Libelle en niet in de Margriet. Afijn. Met een oma en een kleindochter die beiden vernoemd zijn naar een bloem, kon een bezoek aan de Dungense pluktuin natuurlijk niet uitblijven. Mama ging ook mee. Bloemen houden namelijk van mensen. En wij houden van mijn moeder.

Terwijl oma het gevecht aangaat met de traptreden, wijs ik naar ons vervoersmiddel. Een rode Volkswagen.
‘Is dit nou zo’n deelauto?’, vraagt ze.
‘Ja, dit is een Green Wheels.’
Ze zwaait haar wandelstok omhoog, verliest bijna haar evenwicht, en wijst naar de letters op de auto.
‘Wat betekent dat?’
‘Dat is Engels voor groene wielen’.
‘En dan kiezen ze een rode auto?’
Mama schaterlacht zoals alleen zij dat kan.

In de auto kijkt oma goedkeurend rond. Ondertussen geeft ze aanwijzingen hoe ik moet rijden.
‘Niet deze, niet de volgende maar die daarna. Daar moet je rechts. Kijk daar, waar die blauwe auto uitkomt.’
Ik weet stiekem best hoe ik moet rijden, maar zeg niks. Want een oma die je de weg wijst is goud. Ik kijk opzij, knipper met mijn ogen en maak een foto. Een ritje om te blijven herinneren. Al is het maar om de groene wielen van de verder rode auto.

‘Zet hem maar lekker dicht bij het theehuis neer, Roos.’
We zijn het erf nog niet opgereden, of oma heeft alle interesse in de bloemen verloren. Bloemen? ‘Cappussino’ zul je bedoelen. Met ‘iets lekkers’ erbij. Ik zag dat ze het bord met verse appeltaart gezien had. Waarover ze vervolgens drie keer zegt dat-ie zo groot is en ik echt moet helpen zometeen. Wat volgt is een klassiekertje. Ze eet het gevaarte – inclusief bol vanille-ijs – binnen no time op. Heerlijk. Helemaal hoe ze bij iedere hap de rug van haar hand voorzichtig naar haar mond brengt. Alsof dat gesneuvelde kruimeltje wel op de achterkant van haar hand zou blijven liggen. Het doet me denken aan fietsers die hun arm recht vooruit steken als ze rechtdoor oversteken. Het idee is goed, maar in realiteit ziet het er vrij debiel uit.

Haar plakvingers doet oma af met haar befaamde katoenen zakdoek met lichtblauw randje.
‘Het was verrukkelijk. Ik mis alleen een servet.’
‘Dat is expres, mevrouw. Zo lekker dat je je vingers erbij aflikt. Geen servet nodig.’
Met deze grandioze oneliner opent eigenaar Eric het gesprek. Terwijl mama en ik met rieten mand onder de arm de pluktuin in duiken, kletst Eric de oren van oma’s kop. Vindt ze niet erg. Zet ze gewoon haar gehoorapparaat wat zachter. Advocaatje met slagroom erbij. Het is tenslotte vrijdag. ‘En de zon zit in de klok.’

Na een kwartiertje showen we onze buit. Oma klapt in haar handen.
‘Margrieten! Hoe wist je dat dat mijn lievelingsbloemen zijn?’
‘Gokje oma, gokje.’
Ze geeft me een duw.
'Ze noemen dit ook wel gewone margrieten. Dat vind ik zo stom. Wie wil er nou gewoon zijn?’
‘Niemand, oma. Maar jij bent alles behalve gewoon. In heel Europa is er namelijk niemand zoals jij.'